Nog meer scheepsrampen
In de nacht van 18 op 19 november 1912 waaide het behoorlijk hard, al was het geen echte, zware storm. Een schipper, die we B zullen noemen, moest met een vracht maïs naar Rotterdam. Hij was arm, hoe hard hij ook werkte, schipper B kreeg zijn schulden niet afbetaald. Vaak had hij en zijn gezin, niet genoeg te eten. Ze leden armoe en daarom dronk schipper B wel eens een borreltje teveel. Zijn problemen werden ook daardoor groter en groter. Elke dag probeerde hij iets te bedenken om wat extra geld te verdienen. Deze, niet zo gevaarlijke storm bracht hem op een idee. Plotseling zag hij, hoe ze uit de ellende konden komen. Dat zijn idee niet deugde, maakte hem niet uit. Zijn schip was goed verzekerd en samen met zijn broers loste hij in die stormachtige nacht alle maïs in hun schip, ‘de vrouwe Maria.’ Met zijn lege schip voeren ze richting Willemstad. Daar maakten ze grote gaten in de bodem van het schip. Het schip zonk met zogenaamd40.000 kgmaïs aan boord. Terwijl het schip langzaam in de golven verdween, sprongen ze in een sloep en maakten ze, dat ze wegkwamen. Terwijl ze naar de kant roeiden, maakten ze luidruchtig plannen wat ze allemaal met het verzekeringsgeld zouden kopen. De verzekeringsmaatschappij stelde een onderzoek in naar de oorzaak. Al gauw zagen ze dat de gaten in het schip er expres waren in gemaakt. De drie broers moesten voor de rechter verschijnen. Er werd géén cent uitgekeerd ze werden alledrie tot een lange gevangenisstraf veroordeeld.
Op alweer een stormachtige avond in oktober 1872, zaten in de schipperssociëteit van Willemstad enkele verkleumde mannen bij het vuur. Toen er wat gasten binnenkwamen hoorden ze wat er gebeurd was. De mannen rilden en klappertandden van de kou en zenuwen. Hun kleren hingen bij het vuur te drogen en ze hadden paardendekens om hun schouders. Ze vertelden dat ze ternauwernood aan de dood waren ontsnapt. Ze waren op het schip de Telegraaf 4 toen er een zware storm opstak. De Telegraaf liep op een zandbank en raakte muurvast. Toen het water steeds hoger kwam verdween het schip helemaal onder water. Iedereen moest van boord, anders zouden ze allemaal verdrinken. Er waren in totaal, 40 mensen op het schip. Sommigen waren zwemmend aan de kant gekomen, een paar anderen waren door een voorbijkomend schip uit het water gevist. De Telegraaf was niet meer te redden. Toen de golven er de hele nacht tegenaan gebeukt hadden, brak het in tweeën. Het wrak bleef honderd jaar op de bodem van de vaargeul liggen!!
Ruim honderd jaar later, in januari 1975 kwam dat schip tóch weer in het nieuws. Tijdens de werkzaamheden aan de nieuwe jachtsluis, bij Willemstad, vonden de arbeiders de "Telegraaf.’ Het schip lag in de vaargeul naar de nieuwe sluis en moest weg. Twee pogingen om het op te blazen met veertig kilo springstof waren niet genoeg. De genie loste het probleem op. De boot werd door duikers in stukken gesneden en met behulp van een grijper haalde men de brokstukken uit de vaargeul. Men kon weer verder met de werkzaamheden.
Zo zijn er nog tientallen verhalen te vinden over scheepswrakken die in hier in de buurt liggen. Maar ook droevige verhalen over schippers en hun gezinnen, die hier de dood vonden. Dáárom heten deze zandplaten: de Hellegatsplaten.
(bewerkt naar aanleiding van krantenberichten uit die tijd)
In het menu links vind u nog meer verhalen over het Hellegat

