Goeree Overflakkee, Zwitserland, verhalen, foto's en gedichten

Bep-web.nl

Schipper v.d. Loo

Op een ijskoude en stormachtige avond kwam hier vlakbij Ooltgensplaat, een schip in grote moeilijkheden.
Het was 14 april 1859 en het stormde al de hele dag. Schipper van der Loo had een zware vracht, en zijn scheepje lag diep in het water. Al bij Sluishaven sloegen er golven over het dek en de lucht zag er dreigend uit. Hij wist dat het weer snel achteruit zou gaan.Toch besloot hij door te varen naar Dordrecht. Daar stormde het minder erg, en ze konden er nog voor middernacht zijn.
Een uur later bevond het schip zich ter hoogte van de Hellegatsplaten. De storm was op zijn hoogtepunt. De schipper schrok toen hij de reusachtige golven en draaikolken zag, maar het was te laat om nog een haven binnen te varen. Met de grootste moeite kon hij zich vasthouden aan het roer. De golven rolden, met grote witte schuimkoppen voordurend over het dek. Ze duwden het schip alle kanten op. Het was levensgevaarlijk.

De zeilen klapperden zó hard, dat het schip meermalen bijna omsloeg, deze klappen maakten het schip onbestuurbaar. De wind gierde langs de mast en de zeilen, en de wolken waren intussen pikzwart. Het regende zó hard, dat hij en zijn knecht elkaar soms niet eens konden zien. Ze moesten schreeuwen om elkaar te verstaan. Moeizaam strompelde hij langs de reling naar de kajuit. Daar vroeg hij zijn vrouw om hun oudste zoon wakker te maken, ze konden het niet zonder zijn hulp redden. Een paar minuten later kwam de jongen, nog slaperig aan dek. Schipper van der Loo nam het roer weer over. Samen met de knecht, probeerde zijn zoon, de zeilen te strijken. Maar de golven die over het dek sloegen duwden hen steeds opzij. De twee mannen trokken machteloos aan de touwen terwijl ze tot hun middel in het water stonden. Met hun verstijfde vingers peuterden ze aan de knopen. Plotseling dook het schip naar beneden en het touw gleed uit hun handen. Een grote golf sleurde hen mee, de rivier in. De schipper kon werkelijk niets meer doen, alleen hulpeloos toekijken hoe de twee mannen vochten voor hun leven. 

Ze waren al veel te ver afgedreven, een touw of reddingsboei zou hen niet kunnen bereiken. Even overwoog de schipper hen ná te springen. Maar als hij dat zou doen, zouden zijn vrouw en zijn jongste kind die nog in de kajuit zaten ook verdrinken.
Terwijl de tranen over zijn wangen stroomden, moest schipper van der Loo toezien hoe zijn zoon en de knecht moedig tegen de golven bleven vechten. Het was onmenselijk zwaar om zijn schip te besturen en toe te moeten kijken hoe zij dit gevecht verloren. Ze raakten té vermoeid. De mannen dreven steeds verder af en verdwenen uiteindelijk voorgoed in de golven.

(bewerkt naar aanleiding van een kort bericht uit de krant april 1859)