Ik herkende het niet
dat gastvrije landschap
en het roepende water
ik zocht gehaast
naar het hoogst haalbare
woeste rivieren van vermaak
eindeloze verrukking
over de hele wereld
zocht ik naar mijn thuis
het was er niet
Leeg keerde ik terug
naar het eerste begin
getroost en gekoesterd
ontdekte ik mijn innerlijk
wadend door die kalme beek
voor het eerst luisterend
naar het kloppen van mijn hart
mijn wezen was
waar ik het achterliet
ik vond het weer
Bij de zwijgende duinen
op de zacht ruisende golven
achter de uitgestrekte dijken
onder de omgeploegde voren
naast degenen die ik liefheb
in de altijd waaiende wind
lag het geluk zomaar
voor het oprapen
bijna gewiste voetstappen
wezen mij de weg terug

