Eerlijk zeggen?
Meermalen heb ik, net als u, verzoekjes gekregen om iets te beoordelen. En de maker of maakster vroeg verwachtingsvol; wat vind jij hiervan? Tja, zeg dan maar eens plompverloren dat je het níet mooi of goed vind.
Ik reageer tegenwoordig (soms) heel voorzichtig. Mmmmm, tja, eventjes beter kijken hoor. Maar de creatieveling dringt meestal nogal aan. Zég het maar hoor! Ik wil écht je eerlijke mening! Liever nú dan straks achter m’n rug. (Dat had ik dan weer veel liever gedaan, maar je staat dáár.)
Jarenlang heb ik gedacht dat ik na zoveel aandringen, ook echt mijn eerlijke mening kon geven.
Niets is minder waar. Zodra het antwoord in negatieve zin afwijkt, kronkelt er een voelbare spanning om je heen.
Eerlijkheid werd me, als het niet vleiend was, geen enkele keer in dank afgenomen. Ook niet door degenen waarvan ik dacht; die wil écht een eerlijke reactie.
Probeer het maar eens uit. Zeg gewoon tegen iemand, nee, dit kan ik écht niet mooi vinden, of hoe kom je op dat rare idee?
Er komt altijd een zeer verwijtend verweer op gang:
‘Echt? oh, ja? Nou ja, zó gek is het toch niet? Zelf vind ik het niet onaardig eigenlijk.
Op dat moment weet je, ik zit hartstikke fout.
Soms kan je dan nog wat verzachtende omstandigheden aanvoeren.
Ik heb er niet zo veel verstand van of een andere stomme smoes.
Maar een pas ontluikende vriendschap is naar de knoppen. Zelfs relaties die staan als een huis, gaan bij dit soort eerlijkheid, scheurtjes vertonen. Soms komen die pas na jaren aan het licht, maar het komt een keer op tafel!
Wat is nu wijsheid, nooit meer je eerlijke mening geven?
Het altijd mooi vinden?
Ik ben er nog niet uit. Ik wil ook wel eens lief gevonden worden, dus ik moet af en toe liegen tegenwoordig.
Erg he?
Ooltgensplaat, Corrie Huijer, winter 2007
 |