De leukste site van Goeree Overflakkee
Verhalen, Gedichten, Blog
Home
Gedichten
Verhalen
Nóg Meer verhalen
Blog
Tour de France
Eerlijk zeggen?
Weg met de dierentuinen
Nachtmerrie
Héél aardige mensen
Weg met de dierentuinen

Weg met die dierentuinen

Over een poosje word ik eenenzestig. Oud genoeg om eindelijk eens bekend te maken dat ik dierentuinen haat. We hebben ons vorig jaar nog één keer opgeofferd voor ons kleinkind. Het begon al met het gedrang om er in te mogen, want meest bezoek je zo’n park toch in de vakantietijd of in het weekend. Het was er net als vroeger, veel te druk, de auto stond bijna vijfhonderd meter van de ingang geparkeerd terwijl het park nog niet eens open was. Pas na een half uur stonden we voor het loket. Na het betalen van een astronomisch bedrag voor vier volwassenen en een kind, konden we onze, nu al vermoeide lijven door de klaphekjes wringen. De eerste honderd meter sjokten we moedeloos mee tussen tientallen bejaarden, die zó langzaam schuifelden dat ze bijna voorover vielen. Alleen met heel veel geluk bereikten we de eerste afslag, zonder dat er een paar wandelwagentjes, volgepropt met een kind, brood, eierkoeken, snoep
voor een heel weeshuis en blikjes limonade, tegen onze enkels waren gebotst. Hier werd het rustiger, er sloegen groepjes rechtsaf, die wilden eerst naar de olifanten. De liefhebbers van het zeeaquarium moesten rechtdoor. De reptielen zaten links van het pad. Wij sloegen rechtsaf.

 Achter wat magere struiken stonden een paar oude olifanten met hun kop te schudden. Om wat beweging in de dieren te krijgen, zette een verzorger de kraan open en spoot de beesten nat. Mijn kleinzoon genoot, ik dacht intussen met weemoed aan de prachtige documentaire op Discovery van een tijdje geleden, olifanten op z’n mooist, in hun eigen, natuurlijke omgeving. We sjokten over een bruggetje en voeren de karpers. Het meest zag ik er tegenop om naar de ijsberen te gaan, toch gingen we. Wat ik zag was voldoende om al mijn vooroordelen te blijven koesteren. In de brandende zon staarde ik een poosje naar de getergde dieren, waarvan de witte vacht gelig, dun en dof geworden was. Hun koppen schudden doelloos heen en weer. Pure stress. Het lauwe, vieze water gaf ook geen afkoeling. De steen waarop ze rusteloos heen en weer sjokten, lag te bakken in de zon. De natuurlijke omgeving van deze dieren is midden in de zomer bevroren, duizenden kilometers groot en op een erg warme dag is het daar hooguit vijf graden boven nul. Hier was het dertig graden in de schaduw. Welke gek verzon het om ze hier te brengen?

Het enige positieve bedacht ik, is dat hier bewezen werd dat ijsberen prima kunnen overleven als de Noorpool smelt en de opwarming doorzet.

 
De leeuwen hadden intussen meer ruimte dan vroeger. Gelukkig voor mij, sliepen ze in het hoge gras, alleen hun rug stak er een klein stukje bovenuit. Daar waren we snel uitgekeken. Bij de gorilla’s keek een broer van Bokito me dreigend strak aan, terwijl hij bewegingloos tegen een rotsblok aanhing. Zelfs op deze afstand was ik een beetje bang. Nu hoefden we alleen nog naar de ‘leuke’ apen in de binnenhokken en naar de giraffes, waar het zoals altijd, onverdraaglijk naar ranzige zeik stonk. Twee nijlpaarden lieten een puntje van hun neus zien terwijl ze een bad namen in een kuip die nauwelijks groot genoeg voor hen was. Zelfs mijn kleinzoon vond het er saai. Daarna was het de hoogste tijd voor een broodje en koffie. In de rieten stoel op het terras, genoot ik van het ‘even’ geen zielige dieren hoeven zien. Het zeeaquarium bewaarden we voor het laatst. Tot mijn aangename verrassing vond ik het geweldig! Het was prachtig! Op slag vergat ik alle vervelende dingen. Voor het eerst had ik niet met de bewoners te doen, we liepen er wel een half uur rond. Toen ik echter aan het eind van de glazen tunnel, ook weer in dat gloeiendhete zonlicht, drie suffe pinguïns naar een muurtje zag strompelen, wist ik het weer zeker; dit klopte niet.
 
Er gaan stemmen op om circusdieren te verbieden. Graag! Ook daar heb ik al tijden een rotgevoel over. Die arme, afgeleefde dieren die hun suffe kunstjes voor een gillend enthousiast publiek moeten doen en de rest van de dag in een kleine kooi doorbrengen, wachtend op een volgend optreden. Zijn jullie wel eens naar het Kerstcircus geweest? Met op het eind die superattractie? Die al grijs geworden leeuw van bijna honderd? Die bijna slapend op een krukje rondjes draait? Ter plekke besloot ik om daar nooit meer te komen. Ik vind het pure mishandeling om een dier in een hokje te stoppen voor ons vermaak. Eeuwenlang was er het excuus, dat wij en onze kinderen de dieren moesten leren kennen en van dichtbij moesten kunnen zien. Sommige dieren werden juist door de dierentuin voor uitsterven behoedt. Dat hoeft nu niet meer. Steeds meer wildparken en milieuorganisaties kunnen voor dieren de redding betekenen. Ook het toezicht en de afspraken om minder of niet meer te jagen op bedreigde soorten helpt. Toch sterven regelmatig bepaalde diersoorten uit. Puur natuur! Er sterven zelfs hele bevolkingsgroepen uit, of worden ermee bedreigd. Als het daar over gaat in het journaal, gaan we meest even koffie zetten.
Met dagelijks vele documentaires op de televisie en de verre reizen die kinderen soms al op jonge leeftijd maken, zien ze meer dan genoeg. En zelfs als we oud worden zonder een ijsbeer of giraffe te hebben ontmoet, is er niets aan de hand. Mijn schoonmoeder werd in goede gezondheid eenennegentig, zonder dat ze de Noordzee, veertig kilometer verderop, ooit had gezien.

Ooltgensplaat, Corrie Huijer, zomer 2009