Nachtmerrie
Dinsdagnacht werd ik rond vier uur, gillend wakker. Waar wás ik? De sussende stem van Jantje hielp me op weg, ik was thuis en had gedroomd. Gelukkig, het was niet echt, maar de volgende ochtend herinnerde me helaas de hele nachtmerrie weer:
‘Ik liep op de Spuidijk in de richting van de Kaai. Een oranje gloed schemerde al een hele tijd door de bladeren van de bomen vóór me. Nieuwsgierig geworden, liep ik wat vlugger door. Toen ik de laatste boom voorbij was, kreeg ik spontaan ademhalingsproblemen. Wat was dat nu? Pal voor het weeghuisje, stond iets wat ik niet thuis kon brengen. Groot, lelijk en oranje!
Toen ik verschrikt bleef staan voelde ik een troostende arm om me heen. (Jantje vangt me altijd op, als er wat is) Maar er was helemaal geen Jantje. Een rare man, fleemde: ‘Fijn he mevrouw? Dat doet de gemeente allemaal voor een schoner milieu, dus eigenlijk voor U. En geloof me, u bent het zó gewend! Ik keek naar het oranje ‘ding.’ Spontaan verlangde ik terug naar plastic flessen, tasjes en ander zwerfvuil in de bermen en op de straten.
Ik vond zelfs de opwarming wat minder erg.'
Alles was goed, maar dat oranje bakbeest was onverdragelijk.
Ik gilde van afgrijzing.
De volgende ochtend ging ik direct kijken of mijn nachtmerrie soms uitgekomen was.
Al gauw bereikte ik het enige mooie plekje dat Ooltgensplaat nog heeft, de Kaai. Met het weeghuisje, de bootjes en natuurlijk de blikvanger: het oude Raadhuis. Het was nog veel erger dan in mijn droom. Midden voor dat weeghuisje stond écht zo'n ‘Plastic Hero.’ Precies het zelfde kreng als in mijn droom.
Het ding was zo groot als een flinke gezinsauto en in een kleur die in de meeste landen verboden is wegens het spontaan ontstaan van oogletsel. Oranje in de aller, aller, allerlelijkste vorm, lichtgevend bijna. Mijn auto viel van schrik stil en was niet meer aan de praat te krijgen. Snikkend heb ik mijn karretje naar huis geduwd, dit kon toch niet waar zijn!
Woensdag zijn we er tijdens onze dagelijkse wandeling met afgewend hoofd, op onze tenen langs geslopen. Maar de thee smaakte me niet meer die middag. Donderdagmiddag liepen we alweer op de Kaai. Toen ik voorzichtig even door mijn vingers gluurde, ervoer ik een aangename verrassing. Het oranje monster was weg! Bij navraag vernam ik, dat na protesten van de bewoners, (van wie het mooie uitzicht compleet door de afvalbak was weggevallen) de bak was verwijderd.
Dat die bakken nodig zijn begrijp ik ook, maar een aangename kleur, of bloemetjesprint zou al helpen. Ondergronds is nóg beter, maar ze hoeven zeker niet op die paar mooie plekjes, de we in onze dorpjes nog over hebben, te staan. Als zo’n bak ook uw uitzicht verknalt: Protesteren dus, dat helpt!
Ooltgensplaat, Corrie Huijer, oktober 2009
 |