Hele aardige mensen
Jaren geleden bezorgde ik videofilms aan huis. Na een tijdje had ik heel wat vaste klanten. Het was heel leuk werk en ik ontmoette allerlei mensen, aardig, heel aardig en een heel enkele keer, niet zo aardig. De mensen waar dit waargebeurde stukje over gaat waren héél erg aardig. Ze hadden een restaurant, dat op maandag gesloten was. Elke week stond de (gratis) koffie klaar en elke week was er iets lekkers bij. De twee dochters zaten op de ‘koksschool’ en ik was een dankbaar slachtoffer en proefde alles. Als het goed gelukt was, kreeg ik vaak een flink stuk taart mee naar huis. Soms was het baksel te hard of een beetje donker en omdat ik in die tijd ook regelmatig gebak maakte, kon ik af en toe advies geven. Op de bewuste dag vroor het en stond er een snijdende wind, precies het goede weer voor een beker koffie en een lekker stuk taart.
Een perfect gelukte appelcake met warme vanillesaus werd er dit keer onder mijn neus geschoven, heerlijk. Ik nam mijn eerste hap en de oudste begon te vertellen:
‘Gelachen dat we vanmorgen hebben! Mijn zus had de cake in de oven gezet, maar het rook zo raar, net of er iets verbrandde! Wij kijken, maar er was niets te zien, al stonk het verschrikkelijk. Afijn, toen de cake klaar was zag hij er prima uit, maar we hebben tóch de oven maar schoongemaakt en dat was nodig ook.’
Mijn tweede hap bleef ergens in de lucht hangen, ik kreeg een vreemd voorgevoel en zag in gedachten een heel vieze oven voor me. De meisjes vertelden gierend van het lachen verder:
‘We trokken de bodemplaat naar voren en toen zagen we waarom het zo stonk, er lag een nestje muizen onder, helemaal verbrand natuurlijk. Wel zielig hoor!’
Heel erg onder de indruk van het cremeren van de muizenfamilie waren ze niet, in ieder geval veel minder dan ik.
In gedachten zag ik de blauwe rook van de muizenlijkjes om de cake kringelen, en er zijn karakteristieke geur en smaak aan toevoegen. Daarna zag ik in een flits de zwarte botjes op mijn schoteltje liggen en ik was pas aan de tweede hap toe!
De vrolijk lachende familie at gewoon door en ik volgde bijna kotsend en met de allergrootste tegenzin. ik at zeg maar met muizenhapjes. Het laatste stuk taart kon ik met saus en al, in mijn pakje shag frommelen, toen ze alvast wat films uitzochten en er even niemand keek. Na de koffie dronk ik nog twee bekers water, maar de vieze smaak verdween niet meer. De week erop gooide ik mijn route zo om, dat ik pas na vijven bij hen aanbelde. Ook toen werd me weer van alles aangeboden, tot mee-eten toe, want ik zei al: Het waren héél aardige mensen, maar dat aanbod heb ik altijd vriendelijk afgeslagen. En of ik een plakje cake wil? Nee, dank u.
 |