De leukste site van Goeree Overflakkee
Verhalen, Gedichten, Blog
Home
Gedichten
Verhalen
Nóg Meer verhalen
Blog
Gedichten

 

Ooievaar in Ooltgensplaat

Zondag in de vroege uurtjes, ’t was misschien net half tien
Rinkelde de telefoon steeds, er was een ooievaar ‘gezien’
De Kastanjestraat was uitgelopen, ’t was een drukte van belang
Het beest liep rustig langs de mensen en was in ’t geheel niet bang
Uw reporter, net uit bed pas, ging er heen, nog niet gekleed!
Voor zulk nieuws moet je erg vlug zijn, dan denk je niet aan koud of heet
Blote benen en in badjas, eerlijk waar ’t was géén gezicht
Maar om zo’n primeur te melden, ben ik razendsnel gezwicht
Nu maar hopen dat die kijkers, niets van foto’s maken weten
Anders zal ik deze outfit, heel mijn leven niet vergeten
Op pantoffels, stekelharen, mijn witte stelten goed te zien
misschien komt er opnieuw een item: Er zijn TWEE ooievaars gezien!



Onweer

 

Donderend geraas overstemd

zinloos gepraat

hagelstenen stenigen

wat boven het maaiveld uitsteekt

bliksemflitsen verlichten

moegestreden bomen

die hun zwaarste takken offeren

om het vege lijf te redden

...
Wie niet buigt

breekt

 


Ná de bui

 

Als de storm even uitblaast

kijken bleke gezichten

de inktzwarte bui achterop

het wordt al lichter

de weg glad het zicht slecht
de a
uto blijkt ook

een kreukelzone te hebben

met wat overslaande stem

klink ’t: ha buurman!
...

Wat een
ge
donder


Ooltgensplaat, Corrie Huijer 21-7-2009

Verloren vriendschap  

 

Er zijn momenten in je leven

dan weet je, het is echt voorbij

al heb je alles steeds gegeven

en weet je, het ligt niet aan mij.

 

Als jij niet belde bleef het rustig

als jij niet mailde bleef het stil

je hielp je kwam of gaf je aandacht

en toonde vaak je goede wil

 

Dan hoor je niets op je verjaardag

een kaart? Oh, ik had weinig tijd

geen telefoontje of een briefje

ja, sorry, ‘k was je nummer kwijt

 

Totdat je eind’lijk moet bekennen

de vriendschap stelde weinig voor

het kan niet steeds van één kant komen

dan ga ik straks er onderdoor

 

De afstand wordt een beetje groter

je doet alsof het je niets doet

soms moet je snijden in een vriendschap

omdat de wond genezen moet

 

Ooltgensplaat, Oktober 2007, Corrie Huijer

========


Lieve lezers, maak je niet ongerust om onderstaande! Niet alles wat ik schrijf slaat op mezelf. Wel bedankt voor de bemoedigende tips :-)

Scherven

 

 

De scherven
die we maakten

hebben we 
zorgvuldig gelijmd

tot een muurvast
geheel

 

De bruin geworden

barstjes

zijn het bewijs

dat we sterker werden

en het de moeite

waard was

 

Maar af en toe

snijden we ons 
toch weer

aan die verdomde

splinters!

(als we argeloos

aannemen dat we

nu wel weer 

op blote voeten

kunnen lopen)


Corrie Huijer, Ooltgensplaat, juli 2009

Mist
 

Nevelmuren omsluiten
als een zachte deken
nieuwe dimensies 
Wanden wijken en
sluiten zich naadloos
achter mijn rug

Elke stap opent
onbekende nieuwe ruimtes
Schimmig bezoek
glijdt onverwacht
en geruisloos voorbij

Bomen somberen
hun takken treuren
zwaar en donker
Druppels tikken
gestaag en traag
de tijd voorbij

Gedachten cirkelen
zwaar van vocht
De wereld is eventjes
kamerbreed
Zachte vormen
wekken de hoop
dat de scherpe kantjes
er intussen
afgesleten zijn

Corrie Huijer, Ooltgensplaat juni 2009
 
 
 
De fanfare
 
Als de fanfare klinkt dan wil ik dansen
Mijn oude hoofd zegt mens, gebruik toch je verstand
Hoe kan je met zo’n lijf nog leuk bewegen
Je bent al buiten adem
Je knieën gaan al trillen
Voordat je boven aan de trap bent aanbeland
 
Toch wil ik dansen op muziek van de fanfare
Het schettert zo vrolijk mijn hoofd wiegt heen en weer
En in gedachten zwaai ik met mijn armen
Stamp vurig met mijn voeten
Flirt lachend met de blazers
Mijn oude hart gaat als een razende tekeer
 
Daarom wil ik zo graag eens méé met de fanfare
De mensen lokken met die vrolijke muziek
Al is het maar voor even op een saaie dag
Zodat ze buiten adem
Gaan stampen met hun voeten
Jaloers bekeken door het oudere publiek
 
Speel daarom nog een keer voor mij fanfare
Zodat ik weer kan dromen op die heerlijke muziek
En zittend in mijn luie stoel genieten kan
Van glanzende trompetten
De zware trom erachter
Want een fanfarecorps is werkelijk uniek
 
Corrie Huijer, Ooltgensplaat juni 2008


Bezoek

Een rimpelige hand met hier en daar een vlekje
de huid zo dun en zacht alsof er nooit iets is gebeurd
níets meer te zien van hoe er dagelijks geschrobd werd
of ooit door kou ontstane kloven
ze ruw en schraal gemaakt heeft, roodgekleurd
 
Ze rusten stil en werkloos op het pluchen kleedje
en wachten heel de week al op het zeldzame bezoek
voor wie de chocolaatjes al gerangschikt werden
het trommeltje gevuld met speculaas
en gisteren gekochte koek
 
De dagen glijden langzaam weg in lege stilte
maar klagen helpt geen steek en ach, de kinderen zijn zo druk
hun werk, hun huis, hun tuin, hun sport, hun vrienden
ze hebben weinig tijd en vonden buiten ‘t eiland
(’t is maar een uurtje rijden!) het geluk
 
Het kleedje op de tafel gaat aan één kant slijten
haar handen wreven al zo vaak er zachtjes overheen
maar in gedachten strijkt ze over kinderharen
zo met haar ogen haast gesloten lijkt ze
wat minder eenzaam, niet meer zo alleen

Ooltgensplaat, Corrie Huijer januari 2008 
     

 
Tegen beter weten in

Dansen tegen beter weten in
om te vergeten
Om niet te hoeven kijken
naar oorlog honger en verdriet
Naar straten vol met
onbekend' en
achteloos verlaten lijken
 
Kopen tegen beter weten in
om niets te voelen
Om niets te merken
hoeveel er mis is om ons heen
Hoeveel we nodig hebben om
ons eigen plekje
nóg meer te versterken
 
Schreeuwen tegen beter weten in
om niets te zien
Om niets te hóren
van ons in slaap gesust geweten
Van wat gebeurt soms zó dichtbij
omdat we ongemerkt
álle gevoel verloren
  
Corrie Huijer, Ooltgensplaat mei 2008

   

Janna en Piet
In een durp hier op het eiland, weunde Piet van Jan van Leun
Een harde waarker, gêên praeter, mar iedereen voend dat geweun.
Een goeie joon zeie de buren, niep je handen stevig dicht
as d'r zó een voor je dochter’s, mooie oagen is gezwicht.
  
Janna van Merie van Wullum, was verliefd as nooit tevoren
Mar as ze hum weer voorbie liep, leek ze Piet niet te bekore
Altied was ie mar ant waark, vrouwen konnen ‘m nie bomme
Mar ze docht: ik krieg jou ventje, echt, mien tied zal nog wel komme 
 
In toen op een kouwen aevend, stapte Piet van Jan van Leun
Om zun weekloon bij van Prooien, mar hie hoorde wat gekreun
Janna van Merie van Wullum, lag voor doad achter de heg
Uutgegleje over bessies, van de boamen lang de weg

Piet verspilde gêên seconde, in hie droeg heur drek naer stee
Janna voelde zich een veertie, in een zwaai nam hie heur mee
In de waarme boerekeuken, lei die ‘t meisie in een stoel
De boerin verzurgde Janna, Pieter kreeg een vrimd gevoel

’t bleike smoeltie, dikke traenen, ’t was een hêêle mooie meid
In toen ze hem lief bedankte, voelde Piet verlegenheid.
Mar ze mos nog wel naer huus toe, in den boer was op den hort
Piet zei; dan zal ikkie draege, draog je traenen an je schort
 
’t Hele ende wier gezwege, Janna wist zich haest geen raed
Piet zen kop was vurig road nu, mar ’t kwam nie van zun gepraet
Vlak voor’t durp wou ze wat ruste, Pieter voend ‘t een goed plan
In d’r bêên dee haest gêên zêêr meer, niks gêên last had ze d’r van
 
Ze zei zachies tegen Pieter, zet m’n noé mar op de groend
Daer wou Pieter niks van wete, in toen heitie heur gezoend.
Janna schrok, al was ‘t mar even, in ze gaf ‘m oak een kos
Piet sprak diep oender den indruk: ‘meid ik lae joe nóóit meer los!’
 
Janna lachte diep gelokkug, in… ze liep naer huus mit Piet
Even was hie wel verbijsterd, voelde ze d’r bêên dan niet?
Op hun trouwdag nae een hortie, kwam het moeizaem uut d’r moend
Piet… ik was daer mar gaen lage, in d’n hóóp dat joe mien voend
 
Piet zei niks, hie mos wel lache, want hie kénde h't verhael
Boer van Prooien had gewaarschoewd, dus hie wist ’t allemael
Die had gezeit; kom achterheen man, want d’r leit wat bie de heg
Janna wil mit joe verkering, in… ik gaen wel even weg
 
Janna zucht ‘s diep van bliedschap, ’t viel nog helemael nie tegen
Oak al had ze haest een uur toen, op die kouwe groend gelege
Noe ist een gelokkug echtpaar, die mar zelden bakkeleien
Piet zal nooit een praeter worre, dat doet Janna voor z’n beien

Corrie Huijer Ooltgensplaat oktober 2006
  

 
   
Angst
Ik leef al zo lang
op het oog van de zee
mijn liefste
en grootste inspiratie
maar soms
wordt haar cornea
overspoelt
door onverwachte
bittere tranen
 
Golven van verdriet
of woede
overspoelen het land
waar ik geboren ben
haar zoute wimpers worden
dodelijke vijanden
ik vlucht
en zoek mijn heil
op hoge bergen
 
Mijn adem jaagt niet meer
ik lach haar uit
bespot haar
want ze is klein
zo van hier gezien
   
Totdat haar voedster
regen geeft
en modderstromen
ze lachen samen
om mijn angst 
die altijd
altijd
dichtbij is
   
Zwitserland 2000-2005-2007
Het land dat ik mijn leven lang als een 'veilige haven' beschouwde, bleek kwetsbaarder voor overstromingen dan Flakkee. Driemaal moesten we onze vakantie vroegtijdig afbreken omdat de auto's er door de straten spoelden.
Toch gaan we elk jaar opnieuw.
Corrie Huijer Wilderswil augustus 2007
  
Te laat  
     
Over alles in het leven
spraken we
Geluk
verdriet
pijn 
We lachten
huilden vochten
overwonnen
Over het einde nog zo ver
zwegen we
gemakshalve
 
Dat was niet aan de orde
later misschien
Toen jij sprak
over het afscheid
lachte ik onzeker
De scheur
in mijn ziel
hechtte ik met
tranen en leugens
Over het einde nu dichtbij
zweeg ik
angstvallig
 
Zoveel zinloze klanken
tot morgen
dan kom ik wéér
slaap lekker
Ik kuste je
slechts vluchtig
mijn blik
afgewend
De dood al aanwezig
zweeg en wachte
geduldig
 
Nu ken ik de woorden
die jij nooit zult  horen

Ooltgensplaat, Corrie Huijer februari 2009
      
Ochtendnevel

Het tere roze en grijs van dauw op bomen
een natte tak wat druppels op de grond
de stilte, die je eventjes kan horen
een slak vertrapt en reddeloos gewond.
 
Mijn stap vertraagd, mijn ogen zijn gevangen
door een haast hemels lichtend witte waas
de wereld wacht een ogenblik met draaien
onthoudt ons eventjes het dagelijks geraas
 
Een fijne rag zoekt zwevend nieuwe ruimte
en wentelt, zwenkt omhoog en weer omlaag
daar vind ze op wat uitgedroogde bloemen
een plekje om te rusten voor vandaag
 
Plots komt het zonlicht wárs van stille dromen
verblindend wit haast onverschillig fel
maken haar stralen slechts in enkele seconden
een einde aan het nevelschimmenspel
 
Corrie Huijer, Ooltgensplaat najaar 2006
      
Mien Eilangd 

Ik herkennende ’t nie,
dat gastvrieje landschap
Die vruchtbaere groend
in dat roepende waeter
   
Gejoge zocht ik naer mêêr,
drukte, vermaek, lewââi
Gêên stilte, altied wat te doen
Opgaen wou ik in die grôôte massa
 
Gêên buren die zage;
Waer gieng ie nog zo laet naer toe?
Je was nie in de kaark
Is d’r wat gaende?
  
Overal zocht ik naer zo’n plek
Mar ’t was d’r dôôds in dor
Leeg in teleurgesteld kwam ‘k trug
naer ’t êêrste begin
  
Getrôôst in gekoesterd,
ontdekkende ik hier m ‘n  innerluk 
loapend langs ‘t waeter
luusterde ik voor ’t êêrst
naer ’t kloppe van m’n hart
   
M’n wezen was waer ‘k ’t achterliet 
Tussen de zwiegende dunen
op de zachies rûûsende golleven
Achter de ûûtgestrekte dieken
oender de omgeploegde voren 
neffen degenen die ‘k liefhê
 
In de altied wâoiende wind
Lag ’t gelok zómar voor ’t oprâpe
Haest gewiste voetsporen
Weze m’n de weg naer huus.

Ooltgensplaat, Corrie Huijer voorjaar 2008
     
 
Ploegen
 
Een strakke grijze lucht waar meeuwen krijsend vliegen
en af en toe er één een wormenfeestmaal vindt.
In de zo verder lege bleke polder rijdt een fietser
tussen de bomen op de dijk, gebogen in de wind.
 
Een ploeg trekt traag bewegend, vette kleigrond open.
De kluitenmassa kantelt aarzelend opzij.
Heel even is een felle glans te zien voordat ze vallen
Dan machteloos maar ongebroken vormen ze een rij
 
Daarna daalt rust neer op de kaalgeplukte velden.
Op braakliggende grond die onbewogen wacht,
totdat de harde wind de vorst en regen zijn verdwenen
en op een voorjaarsdag de zon haar wekt, vol nieuwe kracht



Corrie Huijer, Ooltgensplaat, najaar 2008  
   
Elfjes, een compleet verhaal in 11 woorden.

Oorlog
begint met
ruzie om de
beste plaats voor de
kerstboom
 
Roddels
zijn net
gebakjes, in gezelschap
kunnen we ze niet
weerstaan
    
 
De limerick (altijd vrolijk)
 
Er was eens een kikker in Schagen
Dat beest kon geen water verdragen
Hij zat bij de sloot,
maar voelde zich bloot
En is nu een bontjas gaan dragen
 
Er woonde een doperwt in Rhoon
Die voelde zich toch zo ‘gewoon’
Zijn kleur vond hij raar,
Hij kreeg voor elkaar
Dat hij werd veranderd in boon
C.H.d.B
    
 
 
Zwemmen 1961
 
We struikelen over de dampende grond
van het buitendijkse gors.
De zompige veenmat trekt
aan onze voeten.
Haastig uitgetrokken kleding
valt zorgeloos op de oever.
 
Stompe rietstengels ‘bellenblazen’
hun laatste rottende adem uit.
Zinderende hitte maakt rimpelingen
in de onzichtbare lucht.
De horizon is oneindig ver
achter blauwe nevels verborgen.
 
Onze handen breken de waterspiegel
terwijl vogels naar de einder zweven.
Muggen dansen hun eendagsdans
boven uitgetrapte slippers.
Modderige voeten spoelen we
in het kleverig warme water van een kreek.
 
Schapen trekken krakend gras uit de dijk
en kijken niet één keer om
als we ons met tegenzin weer afdrogen.

Ooltgensplaat, Corrie Huijer zomer 2008 
 
Alledaagse dingen 
( thema gedichtendag 2008 was 'dingen' )
 
De wekker die een beetje vóórloopt      
het  zacht gedruppel van een kraan
Die derde traptree blijft maar kraken
waar zouden mijn pantoffels staan?
  
Mijn ochtendjas is overjarig
maar ‘k wil hem voor geen meter missen
Ik snoer hem vast, terwijl mijn voeten
vergeefs naar mijn pantoffels vissen
 
De keukenkast gaat piepend open
het zeil is koud, mijn voeten kleven
Het koffiedroes valt naast de emmer
waar zijn die ‘toffels’ toch gebleven?
 
Mijn stoel, een mok, mijn eerste bakkie
een cracker in mijn linkerhand
De folders heb ik al gelezen
waar blijft in hemelsnaam de krant?
 
De buurvrouw gooit de ramen open
en buurman start zijn motorfiets
Hun zoontjes roffelen de trap af
ze krijsen luidkeels, weer om niets
 
De poes geeft kopjes aan de stoelpoot
het kleed moet nodig uitgeklopt
Mijn teen raakt ergens een pantoffel
híer heb ik ze dus uitgeschopt!
 
Het bakkie troost begint te werken
mijn hoofd komt langzaamaan bij zinnen
Door deze dagelijkse sleur
Kan ik de dag pas goed beginnen
 
Ooltgensplaat, Corrie Huijer 31 januari 2008

Mei
( Een middag in de duinen van Ouddorp ) 

Zodra in ’t voorjaar, als de eerste  
zonnestralen
de huid zo aangenaam verwarmen
en de wind slechts streelt
Zit ik met haast gesloten ogen in de duinen
waar vogels krijsend vliegen
en geen zinnig mens zich ooit verveeld
 
Het zand is als fluweel, het duingras buigt zich minzaam
de zee zorgt lief’lijk ruisend
voor wat achtergrondmuziek
Een lucht zo stralend blauw met witte wattenwolken
slechts een verdwaald konijn
is kort en achterdochtig mijn publiek
 
Dan droom ik van een wereld, vol van zoete vrede
van klingelklokken
en van kalfjes in een groene wei
Van kinderstemmetjes die schallen door de straten
aan wat ik hoor en voel en ruik
weet ik het is weer mei

Ooltgensplaat, Corrie Huijer Mei 2006
  
 De Boer
( Mijn vader hield onvoorstelbaar veel van z'n bouwland en wees mij vaak op de 'eeuwige' veerkracht van vruchtbare grond )
 
Van alles wat ik in mijn leven heb bezeten
een huis, een schuur, een hond, een bed, een haard
was níets dat tegen bruut geweld bestand was
alleen mijn akkers bleven wonderwel gespaard
 
De rulle aarde wacht haast onbewogen
trotseerde oorlog, stormen, kou en zon
maar steeds opnieuw was er dat gulle voorjaar
waarop ik haar, als voor het eerst bewerken kon.
 
Zo hard als ijzer in de hete zomer
met vruchten zwaar, en rijk er in vergroeid
als taai cement in natte najaarstijden
maar in het vroege voorjaar, toch weer onvermoeid.
 
Een zandwoestijn op koude droge dagen
als ik er vloekend, zuchtend onkruid zag
maar troostend zacht vlak na het tarwe zaaien
of na een regenbuitje, op een voorjaarsdag
 
Haast klauwend sloeg mijn ploegschaar in de aarde
En spleet de grond uiteen, in blinde haat
maar slechts wat kluiten, nauwelijks te vinden
waren het zielig, onbenullig resultaat
 
Ik zocht naar onvergank’lijkheid in mooie dingen
in geld en goed, in alledaagse strijd
maar kijkend over onbewerkte velden
zie ik in rulle aarde, plots de eeuwigheid
 
Ooltgensplaat, Corrie Huijer voorjaar 2006