Goeree Overflakkee, Zwitserland, verhalen, foto's en gedichten

Bep-web.nl

Sens Unique

Na lang zeuren van mijn kant, zouden we voor het eerst op vakantie gaan buiten Nederland. Van familie hoorden we dat Luxemburg een prima land was om te ‘oefenen.’ We streken met een mooie, splinternieuwe tent neer in Grevenknapp in het inderdaad mooie Luxemburg. Grevenknapp was en is een gehucht met zes woonhuizen en een boerderij. Naast de boerderij bevond zich een prachtige, grote camping. Het dorpje lag naast Bill, ja écht! Dat was nog behoorlijk kleiner. Bij Bill stond een bordje Bill. Logisch natuurlijk. Links van het weggetje stond een vervallen en onbewoond huisje, rechts van het weggetje stond een eveneens vervallen, lege schuur. Precies vijf stappen verder stond een bord: Einde Bill. Dit om jullie een idee te geven waar wij onze eerste, echte buitenlandse vakantie doorbrachten.

We genoten op de camping, maar mijn rusteloze aard vraagt na hooguit twee, drie uren hetzelfde doen, om meer actie. De tent stond, we hadden buiten gegeten, we hadden bijna alle buren als halve zolen bestempeld want die zaten naar we hoorden, dagelijks van zeven tot elf voor de tent. Alleen voor een plasje of een vers kratje bier verlieten ze hun stekkie. Niet mijn idee van vakantie vieren, wij waren avonturiers, wij gingen het land verkennen. De kinderen, toen vijf en elf keken vol spanning naar nieuwe wegen en ‘buitenlandse’ bewegwijzering uit. Ik had de kaart op schoot en nee, niet voor de show, ik kan kaartlezen. Ik ben niet gek, al woon ik op een eiland dat nog maar net ontdekt is.

Afijn, raampjes open, sigaretje gerold en rijden maar. Een kilometer of zes verder zagen we een dorpje, maar dorpjes zeggen ons niet veel, we wonen er in eentje, dus dan rijdt je daar als kenner, zo snel mogelijk voorbij. Gelukkig maar, want vlak achter het dorp werd de weg veel smaller. Een bordje, wit met zwarte letters, vertelde ons: Sens Unique. Ademloos bekeken we het een poosje, Sens Unique, vast Frans. Ons eerste echt buitenlandse verkeersbord! We liepen er een poosje bewonderend omheen en ik maakte er een foto van, voor later. Het hele gezin keek daarna vragend naar mij totdat ik ongemakkelijk heen en weer begon te schuifelen. Wát nou! Mijn Jantje zei tenslotte voorzichtig: ‘Jij spreekt Engels…’ verder bleef het doodstil. Ik begreep de hint en zei: ‘Het betekend volgens mij… Geheel uniek.’ Een zucht van verlichting ging door de gelederen. Opgelost. Vrolijk reden we verder, naar een vermoedelijk uniek uitzichtpunt. Dat klopte helemaal, we keken ademloos over een diep gelegen dal, vol kleine gehuchtjes en smalle weggetjes dat schitterde in de ondergaande zon. Aan mijn kennis van de Franse taal werd nadien nooit meer getwijfeld.

Elke avond na het wandelen, zonnen en zwemmen zochten we per auto naar bordjes ‘Sens Unique’. Het barste er van in Luxemburg. Soms viel het een beetje tegen, maar meestal eindigden we op een prachtig plekje. Eén keer merkte ik op dat we nooit tegenliggers zagen op onze unieke plekjes. Verder besteedde ik er geen aandacht aan. Vier jaar lang vroeg mijn jongste al op de heenweg: ‘Gaan we weer Sens Unieken?’ Ik kon hem geruststellen, dát gingen we in ieder geval doen. Het vierde jaar stonden we naast Nederlanders. Hij was bouwvakker, zij gaf les en sprak Frans. We vertelden onze leuke ervaringen en dat waren er nogal wat. Onder het genot van de vele procenten in de drankjes werd het steeds gezelliger. Omdat ik als enige van ons gezin twijfelde aan mijn kennis van de Franse taal, vroeg ik op het hoogtepunt van de avond wat Sens Unique betekende. ‘Eenrichtingsverkeer’, antwoordde buuf vlotjes. Even aarzelde ik, maar misschien geholpen door de gezellige sfeer vertelde ik haar ‘mijn vertaling’ en alle mooi plekjes die we daardoor ontdekt hadden. Het gebrul dat toen uit de tent opsteeg liet de andere campinggasten naar buiten stromen. In een mum van tijd stonden er zeker twintig, schaapachtig meelachend, voor de tent, maar niemand van ons kon uitbrengen waarom ze zó hard lachten. Onze buurtjes hadden kaakkrampen, buikkrampen, pijn op de borst en verloren liters vocht. Het was ook niet meer te stoppen, als er maar eentje met z’n oog knipperde, begon het weer opnieuw. Ook wij lachten, in het begin wat schaapachtig, maar al snel, aangestoken door hun gejoel, luidruchtig mee. Die nacht is de beheerde drie keer komen waarschuwen. We hielden iedereen wakker! We moesten direct ophouden, anders zouden we van de camping afzet worden. Dat bleek achteraf niet nodig.

Toen ik de volgende ochtend, weer bij mijn volle verstand, wakker werd, besefte ik pas welke blunder ik begaan had. We konden ons gezicht beter nooit meer in Luxemburg laten zien. Het zou waarschijnlijk ons verdere campingleven blijvend beïnvloeden. We vertrokken met stille trom, lang voor die hatelijke lachende Nederlanders wakker werden, en zijn nooit meer in het land van de vele Sens unique bordjes teruggeweest.