Zwitserland 1995
Dag 1 en 2 Opnieuw vertrokken we met Leen Arda, eind augustus naar Zwitserland. Dit keer reden we rond zes uur in de avond weg, op advies van kennissen. Lekker rustig, lekker vroeg aankomen. Ja, ja! Om vier uur in de nacht waren we allemaal misselijk van vermoeidheid. Op een parkeerterrein probeerden we wat te slapen, wat mislukte. Teveel lawaai en het was door de bijna gesloten raampjes ook veel te warm in de auto.
Tot overmaat van ramp was er geen appartement te vinden voor 4 personen. Drie uren lang reden we van Kandersteg tot Grindelwald en om 12.00 namen we een paar kamers in Hotel Christina in Wilderswil. We vielen uitgeput in slaap en vonden 's avonds gelukkig een grote boerderij waar we de volgende ochtend terecht konden.
's Nachts rijden was niets voor ons wisten we intussen.

Dag 3 De volgende ochten was de verhuizing snel geregeld. Na het middageten besloten we naar de Beatus HÖlen te gaan. Ze liggen net boven de Thunersee en maar een half uurtje rijden vanaf Wilderswil. Het regende flink, en helaas niet voor het laatst die vakantie. Dankzij de vele regen was de (klim)tocht naar grotten wel exta mooi.
De waterval was extreem groot en woest. Ook de tocht door de grotten, die bijna 2 uren duurde, was erg indrukwekkend.
Dag 4 De zon scheen en we wilden bij de Grindelwaldgletsjer gaan kijken. Het is een prachtig autoritje met veel haarspeldbochten. Ook de wandeling is leuk: Vanaf het parkeerterrein bij hotel Wetterhorn naar de gletsjer en de Morene wandelen, duurt ong. een half uur. Het reusachtige rotsblok, waarop de Grindelwaldgletsjer (de Oberer gletsjer) ligt, is ongeveer 300 meter hoog en 200 mtr. breed. Tot onze verbazing was er een houten brug gemaakt over het razende smeltwater. Daarachter ging een trap omhoog in en om het rotsblok.
Ik gaf al na 50 treden op. De leuning en de treden zijn gemaakt van halve boomstammetjes en het loopt niet echt gemakkelijk. Jan, Leen en Arda zetten door en ik maakte foto's van beneden af. Een hele tijd zag ik ze niet, totdat ze boven bij het restaurantje kwamen dat er ook nieuw gebouwd was. Ruim 1300 treden bleek de trap te hebben. Ze zijn dan ook wel een uur boven gebleven om te rusten en iets te drinken.
Later las ik in de folder dat de Zwitsers een heel stuk gletsjer weggehakt hebben om het restaurant en de trap te kunnen bouwen.
Dag 5 Met de tandradbahn rijden we vanuit Lauterbrunnen naar Murren. Een van de steilste treinbanen tot nu toe. 62%. Dat zegt me eigenlijk weinig, maar het is heel erg steil. Het treintje kreunt en kraakt en ik ook. We stijgen 700 mtr. Eenmaal boven, moeten we overstappen in een 'normale' trein naar Murren. Het is een prachtig dorpje en we eten er een broodje. Daarna wandelen we tot ver buiten het dorp, terwijl we al lopend bijna 200 meter stijgen. Ik ben niet eens erg moe. Het vele oefenen heeft geholpen. De zon schijnt, maar rond de bergen hangt een dikke wolkenlaag. Er is nog een treintje dat nog een station hoger gaat, zo'n 300 meter, naar Almendhubel. Doen als je daar eens komt !
De onderstaande foto's zijn van verschillende jaren dat we daar kwamen.



Na het avondetenrijden we naar Saxeten. Een gehucht zo'n 1000 meter boven Wilderswil, via een ijselijk smal weggetje met grote gaten in het asfalt. Het wordt koud en de wolken hangen als we boven zijn, op de weg. De paar dorsbewoners maaien hun weides en kijken een beetje vreemd naar ons. Hier staan geen hotels of restaurants meer. Na er een stukje gewandeld te hebben, rijden we voorzichtig terug. We rijden nog even naar de Brienzersee, ook hier hangen de wolken laag. Het is ijskoud.
Dag 6 Wij hebben er; buiten de lage temperatuur, weinig last van. Maar om half een 's nachts, stormt de eigenaar van de boerderij binnen. We schrikken ons lam, we lopen al in pyama. Hij komt om winterkleding en bontlaarzen voor hemzelf en zijn gezin op de alm. Er lig al een halve meter sneeuw zegt hij. De koeien vriezen er bijna dood. Twintig minuten later is hij weer weg. De volgende dag zijn alle groene bergtoppen wit. In Murren valt enkele centimeters. Hogere passen krijgen 50-70 cm. sneeuw voor hun kiezen en zijn gesloten. Het vriest flink boven 1500 mtr. We blijven in de buurt, nu gaan rijden rijden is niet verstandig.



Dag 7 Het is nog steeds fris en we gaan we naar de 'Aareschlucht' Vlak bij Meiringen. Daar zijn de bergen hoog tegen elkaar opgestuwd, soms raken ze elkaar. Onderin stroomt de Aare erdoor. Over de hele lengte van1,5 km, is een houten wandelpad boven het water aan de rotswand bevestigd. Daar waar de rotsen elkaar bijna raken zijn tunneltjes gehakt om ver te kunnen lopen. Een prachtige wandeling die je kan afronden door via het bos weer naar het beginpunt te lopen, of weer terug langs het water.
Dag 8 We willen nog eens naar Wengen. Het is nu aangenaam weer en de tocht met de tandradbahn is zo geweldig mooi. Boven is het inderdaad lekker weer, maar weer niet echt helder. Daarom koop ik twee ansigtkaarten die goed laten zien hoe mooi het Berner Oberland is.
Dag 9 Vandaag pakken we de koffers en winkelen zoals altijd 's middags in Interlaken. Dag 10 rijden we weer naar huis.
Terug naar Zwitserland 1994
Naar foto's Zwitserland deel 1

