Zwitserland 1994
Dag 1 Dit keer kwamen we goed beslagen ten ijs. We reden met onze oudste zoon en zijn vrouw in een ruk naar Interlaken. In de auto lag een nieuwe wegenkaart en een paar dikke boeken over Berner-Oberland. Het was koel weer en de mannen reden om de beurt. De hele reis heb ik mijn kroost lastig gevallen met verhalen over onze vorige vakantie. Ik zag hun enthousiasme toen ze de eerste hoge bergen zagen. We stopten bij de Tunersee en zagen de zweefvliegers van de berg springen bij Harder Kulm. Hun mond viel open van verbazing.
Opnieuw hadden we niets besproken, al jaren gaan we overal op goed geluk naar toe. Ook dit keer hadden we al gauw een leuk appartement in Zweilutschinen. Precies ja, daar waar we vorig jaar 's avonds laat moesten overstappen. Het was al tegen de avond en we pakten onze koffers uit en maakten een klein wandelingetje. Arda en Leen waren net zo onder de indruk als wij, het jaar ervoor. De bakker en een klein restaurantje zaten op 100 meter afstand, dus het avondeten en het ontbijt voor de volgende morgen waren snel geregeld.
Dag 2 We begonnen rustig en reden naar het Lauterbrunnendal. Helemaal tot het einde waar een rood-wit gestreept bord ons duidelijk maakte dat de weg bij Stechelberg ophoudt. Verder moesten we lopen, rechtdoor ging het pad de Jonkfrau op. We waagden een poging, maar na 500 mtr. gaven we de moed al op. Onze benen trilden van vermoeidheid en eerst koffiedrinken leek ons aangenamer.




Op de net aangeschafte wandelkaart zagen we een pad naar de Trummelbachfallen. Dat was een meer haalbaar tochtje. We bleven er een uurtje, springend en klauterend over de stenen in de rivier. Alle vier waren we doorweekt, maar het was er prettig koel, zeker nu het warm was. Daarna winkelden we een poosje in Lauterbrunnen. Nu we ruimschoots de tijd hadden zagen we pas goed hoog de rotswanden boven het dal uitstaken. Volgens de wandelkaart wel 500-700 mtr. Langs alle kanten kletteren er watervallen naar beneden. Bovenop liggen verschillende dorpjes, o.a.Murren en Wengen,die alleen per tandradbaan te bereiken zijn.
Dag 3 We reden naar Grindelwald en we kochten in het dorpje, twee uit de kluiten gewassen hamers. In de beschrijving over de omgeving hadden we gelezen dat bij de gletsjer veel bergkristal in de stenen kon zitten. Er werd heel wat afgehakt. Veel verder dan een paar gelige stukjes kristal van 1-2 cm kwamen we niet. We klommen tot vlak bij de gletsjermond waar het ijselijk koud was. Leen dook 5 mter na de gletsjermond zo het ijskoude water in. Het hele dal heeft vast gehoord hoe ik tekeer ging. Water van 2 graden! Nou ja. In Grindelwald kochten we in een souvenirwinkel een paar grote stukken kristal. Wat vast de bedoeling was van de makers van de folder.

Dag 4 Dit keer stond de Grimselpass op het programma. Omdat ik al wist hoe koud het kan zijn op grote hoogte, adviseerde ik iedereen jassen mee te nemen. Op dat moment was het al 20 gr. Arda keek dan ook bevreemd naar mij en stapte in kort broekje en topje in de auto, zonder jas natuurlijk. Nou ja, misschien viel het mee. De tocht langs de Brienzersee was op zich al de moeite waard. Het groene heldere water, de rotswanden die er bovenuit torenden en de kasteeltjes in het water, allemaal even mooi.
Ook de lange klim met wel 25 haarspeldbochten naar de Grimselpass is onvoorstelbaar mooi. We stopten bij de stuwmeren. Boven was het minder leuk, (voor Arda dan.) 4 gr. boven nul, een ijskoude wind en dikke wolkenflarden. Nadat ze 2 seconden. buiten was geweest kroop ze weer in de auto. Nadat we uitgelachen waren reden we aan de andere kant weer naar beneden waar het heel wat warmer was. Daar picknikten we uitgebreidt en reden we via dezelfde kronkelwegen terug. Ook in andere jaren was het er bijna altijd erg koud! 



Dag 5 We hadden op de kaart gezien dat je op de Sustenpass van heel dichtbij gletsjers kon zien, dus daar reden we naar toe. Dit is nog steeds de allermooiste tocht die we ooit met de auto maakten. In het restaurant aten we een broodje en bekeken het allemaal eens. Van daaruit konden we volgens een paar Nederlanders nog 10 min verder met de auto richting gletsjers. Daarna moet je ongeveer 20 minuten lopen over een smal pad en een kwartiertje klauteren dan pas was je bij de Steingletsjer. We hadden al heel wat klim-meters in de benen van de vorige dagen en besloten een uurtje later lekker lui nog verder omhoog te rijden. Bovenop de Sustenpass maakten we wat foto's en reden door naar Wassen waar we in een wegrestaurant warm aten. Via het Vierwaldstattenmeer en Luzern reden we terug naar Interlaken/ Zweilutschinen. Een prachtige rit met heel veel tunnels. Gelukkig waren we de jaren erop minder gemakzuchtig en beklommen we de verschillende gletsjers heel wat keren. Helaas moesten we toen elk jaar 50-100 meter verder klauteren. De gletsjers smelten echt met rasse schreden!!

Dag 6 Het was zonnig en helder. We losten onze belofte in en pakten in Lauterbrunnen de trein naar Jonkfrau Joch. Dit keer niet ' s middags om 2.00 uur, maar 's morgens om 9.00 uur. Zodat we de hele dag boven konden blijven. We betaalden CH 130,- p.p. De reactie van onze oudsten was hetzelfde dan bij ons, ze waren ontroerd door zoveel moois. Arda had dit keer goed geluisterd en droeg een lange broek en een jas. (Die we niet echt nodig hadden) Dit keer hadden we de tijd om alles te doen wat we wilden. We bezochten het weerstation, en aten in het restaurant. We kochten er allemaal een zwart regenjackje met borduursel. We kregen een 'hoogte certificaat' en rilden van de kou in de ijsgrotten. Opnieuw een onvergetelijke tocht!

Dag 7,8 en 9 Er werden een paar rustige dagen ingelast. We hadden er alweer heel wat kilometers opzitten. Zowel met de auto als lopend.
We wandelden in de buurt en winkelden wat in Interlaken. Met de tandradbaan gingen we naar Wengen, een dorpje vol hotels en bars. Het viel ons een beetje tegen. Misschien ook omdat het plotseling zo koud was. 's Morgens om 10.00 uur -5 gr. Maar dat komt vaker voor in september.Het uitzicht was er echter fenomenaal. Jonkfrau, Eiger, Monch en Breithorn staken machtig en wit boven alles uit. We maakten de laatste foto's en zeiden: Tot volgend jaar!



