Goeree Overflakkee, Zwitserland, verhalen, foto's en gedichten

Bep-web.nl

Zwitserland 1993

Dag 1 Het laatste jaar dat we in Duitsland vakantie vierden, strandden we in Waldshut vlakbij Tiengen. Dat ligt tegen de Zwitserse grens. Het was bloedheet, we waren moe na bijna 800 kilometer rijden. We zochten daar naar een paar kamers met ontbijt. Al op het allereerste adres was het raak. Ruime, schone kamers, een koffieapparaat en een opwarmplaatje. Het appartement had een groot dakterras met zithoekje en dat allemaal voor een prijsje waarbij onze mond openviel, zo laag. Jantje was het rijden meer dan beu, en besloot gelijk dat we daar zouden blijven. Daar vandaan zouden we die 'rotbergen' van mij wel gaan opzoeken. We stemden allemaal in. Dat dit zoveel kilometers rijden zou betekenen beseften we toen nog niet.

Dag 2 De dag erop was het prachtig weer en Bianca moest natuurlijk eerst Schaffhausen zien. Dat jaar was er gelukkig veel smeltwater uit de bergen. Net als wij, vond ze het een geweldig avontuur om in het schommelende bootje te stappen. Een prachtige, zonnige dag! De rit was 85 km, uit en thuis.

    

Dag 3 Nu wilde ik eindelijk wel eens wat meer van Zwitserland zien. Als 30 jaar droomde ik dankzij de verhalen van mijn zus, van eeuwige sneeuw en bergtoppen van 3- en 4000 meter hoog.  Al vroeg reden we naar het Vierwaldstattersmeer. Helaas, die nacht had het hard geregend en het was er zo mistig dat we nog geen 200 meter vooruit konden kijken. In de hoop dat het verderop wel helder zou zijn reden we helemaal om de grillige meren heen. Het was er erg mooi, zelfs in de mist, maar er was geen witte bergtop te zien. Alleen natte, vieze zauwelmist en wolken. Die dag en avond was ik geen aangenaam gezelschap. Ik verwenste de weergoden die mijn eerste blik op de Alpen leken te willen verknallen. De hele rit was 270 kilometer lang. Ach, je bent jong en je wilt wat.

                                                              

Die dag maakte ik maar twee foto's. Pas laat in de avond op de terugweg, toen de zon weer uibundig scheen. Grrrrr.....

Dag 4 De volgende dag was het opnieuw regenachtig, maar in het journaal hoorde ik dat de onderste helft van Zwitserland het droog zou houden. De kaart kwam erbij en dit keer planden we een tocht naar de Gotthardpass. Mijn zus had ooit verteld dat ze op de heenweg via de 'oude' route waren gereden en terug door de tunnel. Vol goede moed gingen we op weg. Bij Wassen klaarde het op en de tocht via de smalle weg en de haarspeldbochten bezorgde ons kippenvel. Wat mooi! Maar ook: wat griezelig.
Af en toe dacht ik; wat ben ik begonnen! Boven scheen de zon toen we uit de auto kwamen, maar binnen twee minuten stonden we in een dikke wolk waarin het ijskoud was. Brrrr. Gelukkig schoof de wolk weer snel voorbij. We klommen er wat, en verzamelden stenen. Op weg naar beneden lagen hier en daar nog plukken sneeuw en we zijn even gestopt om sneeuwballen te gooien. Een heel bijzondere ervaring.
 
In Airolo picknikten we langs de rivier en keken onze ogen uit. In de verte zagen we er de eerste eeuwige sneeuw op de bergen. Niet zoveel als ik me van de ansigtkaarten herinnerde, maar toch.... Nu pas  had ik het gevoel dat ik 'echte bergen'  gezien had. Toen wist ik ook zeker dat ik hier nog vaak terug zou komen. Na een paar uurtjes reden we via de Gotthardtunnel terug. 19 km. Erg lang, warm en benauwend vonden we het. Ook was het minder leuk dan de steile weggetjes en bochten op de heenweg. Een stukje voorbij Wassen aten we in een prachtig wegrestaurant. Pas om half tien 's avonds waren we terug in Waldshut.
Er stond 326 kilometer op de dagteller.

   

Dag 5 Jantje laste een welverdiende rustdag in. We winkelden wat in Tiengen. We kregen een boete voor fout parkeren en kochten souvenirs. Aan het eind van de middag maakten we een pan macaroni en zaten tot 's avonds laat op het dakterras plannen te maken voor de volgende dag. We besloten naar de Bodensee te gaan, dat was niet zo ver. Ja, ja. :-)

Dag 6 Van die rit naar Mainau en de Bodensee heb ik geen foto's. Het was er erg mooi, maar ik was er snel uitgekeken. Water hadden we thuis, op Goeree-Overflakkee ook, dat zag ik elke dag. Ik wilde alleen maar sneeuwbergen zien, de rest was bijzaak. Om twee uur die middag stonden we weer bij de auto en haalde ik Jantje over om met een omweg naar huis te rijden. Misschien zouden we nu de besneeuwde Alpen wel kunnen zien. Het was bloedheet maar helder.
We reden naar Rapperswil want daar vandaan kon je rijen witte bergtoppen bewonderen had ik op de kaart gezien. Nee dus. Al voor Rapperswil moesten we stoppen voor hevige regen en zwaar onweer. Binnen vijf minuten was de lucht dicht geslagen en konden we opnieuw niets meer zien.
Na een uurtje konden we pas verder rijden. Net onder de Zurichsee zijn we nog een heuvel opgereden. Niet echt handig, want de modder stroomde centimeters dik over het smalle weggetje. Bovenop waaide het flink. Even weken de wolken uit elkaar, hooguit 3 seconden! Wat ik toen zag ben ik nooit meer vergeten. Een witte rij met sneeuwwitte bergtoppen zo hoog en mooi, dat ik twijfelde of het wel echt was. Voor mij was het alsof ik regelrecht de hemel in keek. Toen sloten de wolken zich weer en zijn we om het Zurichmeer heen teruggereden. Eer we thuis waren scheen de zon weer volop. Een geweldig mooie tocht trouwens van 301 kilometer.

Dag 7 's Morgens liep om zeven uur de wekker af, en het was het mooiste weer van de wereld. We aten wat en maakten boterhammen klaar voor onderweg. Daarna reden we naar Interlaken en omgeving. Dankzij  weg-werkzaamheden waren we pas tegen twaalf uur in Lauterbrunnen, dat aan de voet van de Jonkfrau ligt. Onvoorstelbaar mooi! We aten daar en verkenden het dal met de 700 meter hoge, steile rotswanden en de tientallen watervallen. Ik had een stijve nek van het kijken naar de bergen.
Pas om half 2 ontdekten we dat je met een treintje vanuit Lauterbrunnen naar boven kon tot op de Aletgletsjer. Dat kwam door deze poster:

 

De prijs schrok ons af, maar haalde ons ook over: CH 124,- p.persoon. Dit moest toch wel iets heel bijzonders zijn. We gooiden alle geld bij elkaar en het kon net.
Pinnen konden wij toen nog niet en voor een bezoek aan een postkantoor was geen tijd meer. We stapten net op tijd in de trein. In de folders lazen we dat het 2 uren duurde eer je boven, op Jonkfrau joch was. Na het overstappen op de Kleine Scheidegg, gingen we de 7 km lange tunnel in, dwars door de Eiger en de Monch. Onderweg stopte de trein nog twee keer. In de Eigerwand zijn grote vensters gemaakt waar je de gletsjers kunt bekijken. De hele rit was werkelijk adembenemend. Ook boven op de Jonkfrau keken we onze ogen uit. Jammer genoeg konden we maar twee uren boven blijven. Met de lift gingen we nog 110 mtr. omhoog naar het weerstation.

Je kunt er skieen, sleetje rijden, een ritje met sledehonden maken en de ijsgrotten bezoeken. Er is een prachtig restaurant en er zijn veel unieke souvenirs te koop. (Die gek genoeg helemaal niet duur zijn.) We moesten erg wennen aan de hoogte, ruim 3900 meter, maar na een half uurtje ging het goed. We zagen ver onder ons, als een stipje Lauterbrunnen en Wilderswil liggen, waar we later jarenlang in hotel Heimat logeerden. Een aanrader, echt waar. Later zijn we er nog drie keer geweest. De treinreis is duur, maar de moeite ruimschoots waard!
 

         

De foto's zijn van verschillende jaren dat we die tocht maakten!

Om zes uur ging de laatste trein terug naar het dal, maar wat we toen nog niet wisten: die trein gaat alleen naar Grindelwald!! We zeiden wel tegen elkaar dat alles er heel anders uitzag dan op de heenweg, maar hadden niets in de gaten. Die verrassing kwam beneden pas. In Grindelwald, 's avonds om 8 uur, en bijna donker. We hadden nog  nog hooguit CH 30,- op zak. Je blijft toch lachen?  In paniek vroeg ik aan iemand of we soms lopend naar Lauterbrunnen konden. Ik was bang dat we geen geld genoeg hadden om met de trein te gaan. Ik denk dat ze daar nu nog dubbel liggen. Het bleek een tocht van 17 kilometer door de bergen te zijn, maar wist ik toen veel!
In gebrekkig duits vertelden we op het station wat er was gebeurd. Een vriendelijke conducteur zette ons op een bankje en zei dat de trein naar Zwei Luchinen over 20 minuten vertrok. Die trein moesten we hebben. Daar aangekomen moesten we nog een keer overstappen op de trein naar Interlaken. Om  10.30 uur stonden we weer in Lauterbrunnen met nog maar CH 10,- op zak en een appel. De parkeergarage was nog open, op zich al een groot wonder en kostte maar CH 7,-. Opgelucht stapten we in de auto en deden weer ruim drie uren over de terugweg. Gelukkig hadden we genoeg benzine!  Het appeltje deelden we met z'n vieren, maar niemand klaagde. We besloten om voortaan elk jaar naar Zwitserland te gaan. Een ritje van 394 kilometer, je moet er wat voor over hebben, toch?

Dag 8. We moesten om 10.00 uur uit ons vakantiehuisje zijn, er kwamen nieuwe gasten. We zijn nog drie dagen in Duitsland gebleven, op een boerderij in Gutach, waar we voorheen ook vaak kwamen. Daar hebben we niet veel meer ondernomen. Alleen veel uitgeslapen en kleine wandelingetjes gemaakt. We moesten echt even rust nemen, maar het was voor allemaal een vakantie om nooit te vergeten. 

We reden tijdens de vakantie ruim 1400 km. Met de heen en terugreis kwam er nog 1600 km bij. Maar dan heb je ook wat! 

Nota: Treintjes, kabelbanen en de Postbus zijn erg duur in Zwitserland, net als koffiedrinken.
1-2 ** Hotels, warm eten en appartementen zijn er heel betaalbaar. Merkschoenen en benzine zijn goedkoper dan in Nederland.

     Naar Zwitserland 1994